Van de Engelwijck
Van de Engelwijck
Hesterweg 5a
Varsselder
Mobiel: 0614996462
E-mail: info@engelwijck.nl
verbergen

Rasstandaard Draadhaar Vizsla

Vertaling uit het Duits en Engels en bij twijfel uit het Hongaars en Frans. Oorspronkelijk Hongaars.

Datum van de originele en van kracht zijnde standaard is: 06-04-2000.

FCI-standaardnummer 239/13.09.2000
Draadharige Hongaarse staande hond, Vizsla.

GEBRUIK:
Veelzijdige gebruikshond voor de jacht, die zowel in het veld als in bos en in water moet kunnen
werken, met de volgende rastypische eigenschappen: uitgesproken neusgebruik, vast voorstaan, uitstekend
apporteren en doelbewust en graag een zwemspoor uitwerken. Hij verdraagt zowel zwaar terrein als ook
extreme weersomstandigheden. Als allround gebruikshond voor de jacht zijn schot- en wildschuwheid, niet
willen voorstaan en niet apporteren, net zo ongewenst als gebrek aan wil om waterwerk te doen. Vanwege
zijn probleemloze karakter en zijn aanpassingsvermogen, kan hij ook gemakkelijk in huis worden gehouden.

Indeling FCI:
- Groep 7, staande honden
- Sectie 1, Continentale honden
- Met werkkwalificatie (veld en water)

KORT HISTORISCH OVERZICHT
De draadharige Hongaarse staande hond is ontstaan door kruising van de kortharige Hongaarse staande
hond met de draadharige Duitse staande hond in de dertiger jaren van de 20e eeuw. Zijn raskenmerken
zijn gelijk aan die van de kortharige Hongaarse staande hond.

ALGEMENE VERSCHIJNING
Een levendige tarwegele of lichtbruine, droge en atletische jachthond, waarvan de lichaamsbouw robuuster
is als die van de kortharige Hongaarse staande hond. Zijn verschijning is het spiegelbeeld van een hond die
bruikbaar is voor elk doel, eigen aan de voorstaande hond en toont uithoudingsvermogen, capaciteit en
bescheidenheid.

BELANGRIJKE VERHOUDINGEN
- De romp is iets langer dan de schofthoogte.
- De borstdiepte is iets minder dan de helft van de schofthoogte.
- De voorsnuit is iets korter dan de helft van de lengte van het hoofd.

GEDRAG/KARAKTER (AARD)
Een aanhankelijke, makkelijk af te richten en leergierige, zelfbewuste hond die geen grove behandeling
verdraagt. Hij houdt goed contact met zijn baas, zoekt vol passie, is volhardend, beschikt over een goede
neus en staat uitstekend voor.

HOOFD
Droog, edel, goed geproportioneerd.

Bovendeel van het hoofd
Schedel: matig breed, licht gewelfd, middengroef is matig opvallend en loopt van de middelmatig
ontwikkelde achterhoofdsknobbel tot aan de stop. De wenkbrauwbogen zijn matig ontwikkeld.
Stop: matig.

Aangezicht.
- De neusspiegel: brede en goed ontwikkelde neusspiegel met zo groot mogelijke neusgaten. De kleur van
de neusspiegel is iets donkerder dan en harmonieert met de kleur van de vacht.
- De bek: stomp, niet spits, met krachtige kaken, goed gespierd. De neusrug is recht.
- Lippen: tegen het gebit aanliggende lippen, niet loshangend.
- Kaken/gebit: krachtige kaken met een perfect, regelmatig en compleet schaargebit, waarbij de bovenste
snijtanden zonder tussenruimte over de onderste tanden sluiten en de tanden recht in de kaken staan;
42 gezonde tanden, overeenkomstig de tandformule.
- Wangen: krachtig en goed gespierd.
- Ogen: middelgroot, enigszins ovaal. De oogleden zijn goed aangesloten. De blik is levendig en
intelligent. De oogkleur is bruin en in harmonie met de kleur van de vacht. Een wat donkerder kleur
geniet de voorkeur.
- Oren: een beetje naar achter en middelmatig hoog aangezet. De oren zijn dun en liggen vlak tegen de
wangen. Ze eindigen naar onder in een afgeronde V-vorm. De oren zijn iets korter dan bij de kortharige
Hongaarse staande hond. (Die ¾ van de lengte van de kop dient te zijn; toevoeging van de vertaler.)

HALS
Middelmatig lang en in harmonie met het totaalbeeld. De nek is zeer gespierd en licht gewelfd. Strak
aanliggende keelhuid.

ROMP
- Schoft: geprononceerd en gespierd.
- Rug: Sterk, goed gespierd, strak en recht. De wervelkolom moet door spieren bedekt zijn.
- Lendenpartij: Kort, breed, strak, gespierd, recht of lichtgewelfd. De overgang van rug naar lenden strak
en compact.
- Croupe: Breed en voldoende lang, niet kort afgeslagen, naar de staart toe licht afgerond, goed gespierd.
- Borst: Diep en breed met goed ontwikkelde, gespierde en middelmatig gewelfde borst; zover mogelijk
naar achteren reikend borstbeen. Borstbeen en ellebooggewricht liggen op dezelfde hoogte. Ribben
matig gewelfd. Achterste ribben ruim naar achteren reikend.
- Onderbelijning en buik: In een elegante boog, licht opgetrokken naar achter, strak.

STAART

Middelhoog aangezet, bij de aanzet sterk, geleidelijk dunner toelopend. In landen waar geen coupeerverbod
geldt, kan de staart uit voorzorg bij jachtgebruik met een kwart worden ingekort. Als de staart niet mag
worden gecoupeerd, reikt deze tot het spronggewricht en wordt recht of licht sabelvormig gedragen. In
beweging wordt de staart horizontaal gedragen. De staart is goed en dicht behaard.

LEDEMATEN
- Voorhand: Vanaf de voorkant gezien staan de voorbenen parallel, van opzij gezien loodrecht en goed
onder het lichaam geplaatst. Goede botstructuur en sterk gespierd.
- Schouders: Schouderblad is lang, schuin en naar achteren vlak aanliggend. Soepel in beweging, sterk en
droog gespierd. Goede hoeking tussen schouderblad en opperarm.
- Opperarm: zo lang mogelijk en gespierd.
- Ellebogen: aansluitend aan de romp, maar niet aangedrukt, noch naar buiten, noch naar binnen
gedraaid. Goede hoeking tussen opperarm en onderarm.
- Onderarm: Lang, recht en goed gespierd. Sterke, maar geen grove botten.
- Polsgewricht: Droog en sterk.
- Middenvoet: Kort, slechts zeer licht schuin gesteld.
- Voorvoeten: Licht, ovaal met vlak tegen elkaar aanliggende, sterk gewelfde, krachtige tenen. Sterke,
bruine nagels. Stevige gripgevende leigrijze voetkussens. Zowel in stand als in beweging, staan de
voeten parallel.

ACHTERHAND

Algemeen: Van achteren gezien staan de achterbenen recht en parallel. Goede hoekingen, sterke botten.
- Dijbeen: Lang en gespierd. Goede hoeking tussen bekken en dijbeen.
- Knie: Goede hoeking tussen dijbeen en onderbeen.
- Onderbeen: Lang, gespierd en pezig. Ongeveer even lang als het dijbeen. Goede hoeking tussen
onderbeen en middenvoet.
- Spronggewricht: Krachtig, droog en pezig, in verhouding laag geplaatst.
- Middenvoet: Loodrecht, kort en droog.
- Achtervoeten: als voorvoeten.

GANGWERK
Zijn typische gangwerk is een zwierige, lichtvoetige, elegante en ruim uitgrijpende draf, met veel stuwing en
overeenkomstige paslengte. Tijdens het zoeken in het veld een volhardende galop. De rug is vast en de
bovenbelijning blijft horizontaal. Telgang is ongewenst.

HUID

Glad aanliggend, zonder plooien. De huid heeft een goed pigment.

VACHT
Haar: Draadharig, aanliggend, stevig, dicht en zonder glans. Het dekhaar is 2 tot 3 cm. Lang; dichte
waterafstotende onderwol. De contouren van het lichaam mogen door langere beharing niet worden
verstopt. Door hardheid en dichtheid moet het zoveel mogelijk bescherming tegen weersinvloeden en
verwonding geven. Op het onderste deel van de poten alsmede onder de borst en de buik moet de beharing
korter, zachter en dunner zijn; op het hoofd en oren is de beharing korter en tevens donkerder, maar niet
zachter of minder dicht. Geaccentueerde wenkbrauwen verduidelijken de stop. Dit en de stevige niet te
lange (2 – 3cm), zo hard mogelijke baard aan beide zijden van de snuit, onderstrepen de energieke
gezichtsuitdrukking. Aan beide zijden van de hals bevinden zich V-vormige borstels.

KLEUR
Verschillende nuances van tarwegeel en lichtbruin. De oren kunnen iets donkerder zijn, anders uniform aan
de kleur. Rode, bruine, helgele of bleke kleuren zijn ongewenst. Een kleine witte vlek op de borst of aan de
keel, die niet groter is dan een doorsnede van 5 cm., alsmede witte aftekening aan de tenen, gelden niet als
fouten. De kleur van de lippen en de oogleden, moet overeenkomen met de kleur van de neusspiegel.

GROOTTE

Schofthoogte:
- Reuen 58 – 64 cm.
- Teven 54 – 60 cm.

Het is onproductief de schofthoogte te vergroten. Het streven is een middelgrote hond. Een goede balans in
stilstand en beweging en symmetrie zijn veruit belangrijker dan de in centimeters gemeten grootte.

FOUTEN

Iedere afwijking van de vorengenoemde punten moet als fout worden gezien; de beoordeling moet in de
juiste verhouding tot de graad van afwijking staan.

UITSLUITENDE FOUTEN

- Grote afwijkingen in geslachtstype.
- A-typisch hoofd.
- Gevlekte neusspiegel.
- Hangende of kwijlende lippen.
- Bovenvoorbijten, ondervoorbijten, kruisgebit en alle overgangsvormen daarvan.
- Het ontbreken van één of meerdere snijtanden en/of hoektanden en/of de premolaren 2-4 en/of de
molaren 1-2, het ontbreken van meer dan 2 PM1; op de M3 wordt geen acht geslagen. Niet zichtbare
tanden gelden als ontbrekende tanden.
- Overtollige tanden buiten de normale tandenrij.
- Gespleten gehemelte, hazenlip.
- Helgele ogen, zeer losse oogleden, ectropion, entropion.
- Distichiasis (dubbele wimperrij).
- Opvallende keelhuid.
- Hubertusklauwen aan de achterbenen.
- Ernstige fouten in de beweging
- Dun haar. Gebrek aan onderwol. Lang, zacht, zijdeachtig, warrig, kroezend, krullend of wollig haar.
Ontbrekende borstels aan de benen.
- Donkerbruine of vaalgele kleur, meerkleurig, niet uniforme kleur.
- Witte borstvlek, groter dan 5 cm.
- Witte voeten.
- Pigmentfout, zowel in de huid, als ook aan de oogleden en lippen.
- Grotere afwijking dan 2 cm. van de minimum en maximum maat.
- Elke vorm van wezenzwakte.

N.B. Reuen moeten twee duidelijk aanwezige, normaal ontwikkelde testikels bezitten, die zich in zijn geheel
in het scrotum bevinden.